In Genel

Onderwijs is voor jongeren uit laagopgeleide families de sleutel tot sociale mobiliteit

Nederlanders met een Turkse achtergrond zijn steeds meer een belangrijk onderdeel gaan vormen van de Nederlandse samenleving. Ze zijn tegenwoordig actief op verschillende terreinen. De positie van Nederlanders met een migratieachtergrond in de samenleving is echter afhankelijk van verschillende factoren. Onderwijs is één van de factoren die in belangrijke mate deze positie bepaalt.

Stichting voor Migratie Studies heeft een interview gehouden met hoogleraar diversiteit en onderwijs Maurice Crul over de onderwijspositie van Nederlandse jongeren met een Turkse achtergrond. Maurice Crul is verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam en doet al 25 jaar onderzoek naar de onderwijspositie van jongeren met een migratieachtergrond in verschillende Europese landen.

U bent coördinatoor van het ELITES: Pathways to Success Project. In dit project onderzoekt u de onderwijs- en arbeidsmarktloopbanen van tweedegeneratie Turkse en Marokkaanse jongeren in Nederland. U vergelijkt deze bevindingen bovendien met andere Europese landen.

Zou u in het kort kunnen vertellen waar het project over gaat?

Het ELITES project onderzoekt de opkomende elite onder de Turkse tweede generatie in Zweden, Duitsland, Frankrijk en Nederland. We hebben ons geconcentreerd op professionals in corporate law and business firms en op mensen in professionele functies in het onderwijs. In de de laatste groep bijvoorbeeld schooldirecteuren, directeuren van onderwijs organisaties en academici. We wilden kijken hoe deze mensen deze posities hadden bereikt. Welke hulp zij hadden gekregen en hoe zij obstakels hadden overwonnen op de weg naar boven.

Waarom is onderwijs een belangrijke factor voor de positie van jongeren met een migratieachtergrond in de samenleving?

Eigenlijk start het allemaal bij het onderwijs. Het is voor jongeren uit laagopgeleide families de sleutel tot sociale mobiliteit. Zij kunnen niet terugvallen op het geld, de contacten of het bedrijf van de familie.

U bespreekt in uw onderzoek het effect van onderwijssystemen op het onderwijssucces van leerlingen. Wat zijn de belangrijkste factoren die een invloed hebben op de onderwijspositie van jongeren met een migratieachtergrond?

Een vroege start, vooral belangrijk voor de ontwikkeling van de tweede taal. Een late selectie, zodat kinderen tijd genoeg hebben om hun achterstand in te halen en de mogelijkheid om alternatieve routes te bewandelen naar het hoger onderwijs. In het laatste geval gaat het er bijvoorbeeld om dat je vanuit beroepsonderwijs door kan stromen naar een academische vooropleiding of van lager naar midden en hoger beroepsonderwijs kan doorstromen. Die tweede kans routes zijn extreem belangrijk voor migranten jongeren blijkt uit ons onderzoek.

Wat voor effect heeft het Nederlandse onderwijssysteem op de onderwijspositie van jongeren met een migratieachtergrond?

Het effect van het Nederlands onderwijs is gemengd. Door de relatieve late start en de vroege selectie stromen veel te veel migrantenjongeren door naar het lager beroepsonderwijs, maar die wordt deels gecompenseerd door de tweede kans routes die Nederland in sterke mate kent.

Hoe zijn deze bevindingen vergeleken met onderwijssystemen in andere Europese landen?

Nederland zit ergens in de middenmoot. We doen het beter dan Duitsland maar slechter dan Zweden. Zweden begint vroeger en selecteert later (op 15-jarige leeftijd in plaats van 12 in Nederland) en Duitsland selecteert nog vroeger en kent minder tweede kans mogelijkheden.

Wat zijn uw bevindingen en observaties over de onderwijspositie van Turks-Nederlandse jongeren?

Ten opzichte van jongeren van Nederlandse afkomst steekt de onderwijspositie van Turks Nederlandse jongeren nog steeds negatief af. Zij behoren naast de jongeren van Marokkaanse afkomst tot de groep met de slechtste onderwijsuitkomsten. Echter het verschil is door de tijd heen wel aanzienlijk kleiner geworden. Dat komt ook deels omdat de Turks Nederlandse jongeren nu bijna allemaal in Nederland zijn geboren en in sommige gevallen hun ouders ook.

Welke veranderingen hebben zich bij de onderwijspositie van Turks-Nederlandse jongeren voorgedaan in vergelijking tot hun ouders en over de tijd heen?

Turks Nederlandse jongeren hebben hun positie in het onderwijs in de afgelopen jaren aanzienlijk verbeterd. In tien jaar tijd is hun aandeel in het hoger onderwijs verdubbeld. Bijna de helft van die jongeren komt via een alternatieve langere route via het beroepsonderwijs het hoger onderwijs binnen. Echter er is ook nog een aanzienlijke groep die voortijdig het onderwijs verlaat. Dus het is een gemengd beeld. Sommige jongeren hebben een enorme sprong gemaakt ten opzichte van hun ouders terwijl andere jongeren de positie van hun ouders reproduceren.

Zijn er in Nederland bepaalde projecten die erop gericht zijn om de onderwijspositie van jongeren met een migratieachtergrond te verbeteren?

Ik ben zelf het meest betrokken geweest bij mentor projecten. Al in de jaren negentig werden er mentorprojecten opgezet door Turkse studenten organisaties waarin leerlingen op het middelbaar onderwijs een mentor van Turkse afkomst kregen die zelf student was in het hoger onderwijs. Die projecten, zo is ook gebleken uit evaluaties, zijn uiterst effectief. Deels omdat de mentoren een rolmodel zijn en deels omdat zij steun kunnen geven die de ouders vaak niet kunnen geven.

Welke verantwoordelijkheden zouden autoriteiten in Nederland en Nederlanders met een migratieachtergrond op het gebied van onderwijs nog volgens u moeten nemen?

Het grootste struikelblok is de vroege selectie op 12-jarige leeftijd. Daardoor worden kinderen die wel de intellectuele capaciteiten hebben maar alleen een Nederlandse taalachterstand hebben voorgesorteerd voor het lager beroepsonderwijs. De selectie twee jaar uitstellen zoals sommige scholen ook doen, geeft deze kinderen een kans om toch naar een academische vooropleiding door te stromen zonder vertraging via de langere alternatieve route.

Nederlanders met een migratie achtergond moeten zich in Nederland sterk inzetten voor hun kinderen. Als je niet achter je kind staat en gelooft in wat je kind kan, loop je het risico dat je kind niet het onderwijsniveau kan volgen dat past bij zijn/haar capaciteiten. Te snel worden kinderen door leerkrachten (op basis van hun Nederlandse taalkennis) verwezen naar het lager beroepsonderwijs. Je ziet nu al bij Syrische ouders dat zij het advies van de leerkrachten aanvechten. Dat is heel goed, die mentaliteit moet je in Nederland hebben om het beste onderwijs voor je kinderen op te eisen.

Söyleşinin Türkçesine aşağıdaki bağlantı aracılığıyla ulaşabilirsiniz.

“Eğitim düzeyi düşük ailelerden gelen gençler için eğitim yükselmenin anahtarıdır”